Ontwerp voor een Bahaïitempel bij het Gasuniegebouw te Groningen.

De Gasunie is overgestapt op de distributie van biologische gassen uit organisch afval. De tempel wordt bezocht door medewerkers van de Gasunie. In het Gasuniegebouw is op de vijfde verdieping een perron gemaakt voor een hogesnelheids magneetbaan. Passanten maken hier een tussenstop om de tempel te bezoeken.

De bezoekers van de tempel bereiken het gebouw via het magneetbanensysteem dat op een hoogte van zo'n 25 meter hoge gebouwen passeert. De magneetbaan heeft over de lengte van de kantoorvleugel aan beide zijden een perron. Een kantine is gesitueerd in de voormalige kantoorruimten. Gesloten deuren zijn vervangen door glaspuien zodat er visueel contact is met het perron. De meanderende gang van de interieurwanden wordt doorgezet in de balie van de garderobe.

De functie van de gebedsruimte vraagt om een eigen sfeer en ruimte. Het contact met de buitenwereld is door de bolvormige begrenzing minimaal. Het daglicht komt van de bovenzijde, zoals dat ook het geval is bij het klassieke Pantheon in Rome, waarmee de ruimte een serene sfeer krijgt.

Architect Ton Alberts van het Gasuniegebouw laat twee kantoorvleugels ontspringen uit een vijfhoek. In dit hart van het gebouw is een gigantische wenteltrap gemaakt, die een ontmoetingsruimte vormt voor de mensen die in het gebouw werkzaam zijn.

De tempel sluit in oostelijke richting aan op dit hart. De gebedsruimte krijgt een plaats in de daktuin van het gebouw.

De vloer van de gebedsruimte heeft een oppervlakte van 555 vierkante meter en is kolomvrij gehouden. In de ruimte kunnen via trappen zeven andere vloeren bereikt worden. De schil, in de vorm van een gang om de bol heen, vormt de overgang tussen binnen- en buitenwereld. Het regelmatige ritme in de glasgevel wil een meditatieve gang versterken. De punt in deze gevel is een verwijzing naar het oosten.